
Sommige vrijwilligers vertrekken nog voor je ze hebt leren kennen. Anderen blijven langer. Er zijn er zelfs die kunnen vertellen over de begindagen van het servicekantoor: over pionieren, groei en verandering. Riki Lamers (Team Fondsenwerving) en André Verschoor (Team Voedselverwerving) vertellen over hun jarenlange ervaring als vrijwilliger bij de voedselbank.
In 2008 werd André bestuurslid bij Voedselbank Eindhoven. André: ‘Ik ging daar doen waar ik als oud marketing- en communicatieman bij Philips goed in was: geld en spullen binnenhalen. Ik bouwde een hechte band op met leveranciers en collega-voedselbanken.’ Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij betrokken raakte bij de opzet van het landelijk servicecentrum in Houten. Vanuit zijn positie kon hij een brug slaan tussen wat op landelijk niveau bedacht werd en wat lokaal wenselijk was.
Riki wilde haar kennis en ervaring binnen de agro-industrie inzetten voor een maatschappelijk doel. Het werd het servicekantoor van Voedselbanken Nederland, dat toen in 2013 net opgestart was. Riki: ‘We begonnen klein, met niet meer dan twee telefoons en een Excelsheet, maar het was belangrijk dat er een centraal punt zou komen. We moesten gaan samenwerken om grote aanbieders zoals Albert Heijn en Hak als toeleverancier binnen te halen. Daarnaast waren er richtlijnen nodig voor het waarborgen van de noodzakelijke voedselveiligheid.’
Gestaag kreeg het vorm
André noemt die beginjaren ‘een plezierige chaos’. Er werden allerlei initiatieven ontplooid en al doende leerde men wat werkte en wat niet. Riki heeft bijvoorbeeld goede herinneringen aan de workshops die zij organiseerden op meerdere plekken in het land. Met als doel het uitwisselen van kennis. Riki: ‘Je kunt zoveel van elkaar leren en samen ideeën ontwikkelen die verbeteringen opleveren. Die bijeenkomsten maakten de deelnemers ook enthousiast om met elkaar verder te gaan.’
André en Riki zagen in die twaalf jaar heel wat vrijwilligers komen en helaas ook weer gaan. Maar wat bleef was het enthousiasme van de vrijwilligers. André: ‘Het helpen van mensen is voor mij, maar ook voor iedereen die ik tegenkom, nog altijd de belangrijkste drijfveer. Deze gedrevenheid is ook de kracht van onze club, die nog steeds bestaat uit alleen maar onbetaalde krachten. Dat kom je in de praktijk niet vaak tegen.’
Een stroom aan nieuwe uitdagingen
Nieuwe ontwikkelingen volgden elkaar in rap tempo op. Er kwam een netwerk van regionale distributiecentra, een winkelconcept en met Europese subsidie werden gezamenlijk producten ingekocht. Ook kwam er een CBF-Erkenningspaspoort en een ANBI-status. Riki: ‘Sinds de coronatijd zijn we gewend geraakt aan online meetings waardoor er meer en meer vanuit huis wordt gewerkt. Je ziet dan ook een toestroom van jongere mensen die zich naast hun baan of studie aanmelden als vrijwilliger.’ André: ‘Ik merk ook dat er meer vrijwilligers instromen met een grote staat van dienst in het bedrijfsleven of bij de overheid. Zij brengen niet alleen veel kennis mee, maar ook een bepaalde mate van professionaliteit.’
Hoe nu verder?
Maar dit laatste heeft ook een keerzijde. André: ‘Het binnenhalen van mensen met veel expertise is prachtig, maar voor onze organisatie is het ook belangrijk die kennis vast te houden. Door veeleisende banen of veranderingen in hun privéleven vertrekken mensen soms na relatief korte tijd. We zullen ons dan ook moeten gaan richten op het overdragen van opgebouwde kennis. Daardoor voorkom je dat deze kennis tegelijk met de vrijwilliger verdwijnt.’
Ook alternatieve manieren om voedsel te verwerven verdienen de aandacht. Riki: ‘Wat mij bezighoudt, is de vraag: zijn er manieren om voedsel, dat nu niet te gebruiken is voor menselijke consumptie, zo te bewerken dat dit wel geschikt wordt? Je moet hierbij bijvoorbeeld denken aan restproducten, zoals snijafval en schillen. Soupalicious verwerkt deze bijvoorbeeld al in hun soepen. Maar er zijn meer mogelijkheden die ik nog graag wil gaan onderzoeken.’
De verhalen van Riki en André laten zien hoe samenwerking steeds nieuwe mogelijkheden creëert. En ze benadrukken het belang van het vasthouden aan de bezieling waarmee het allemaal begon.