Smaakmaker in aardse vermomming

Wat is er nu beter tegen een winterdip dan Hollands comfortfood? Stamppot dus. Vandaag met aardappel, andijvie en knolselderij. Voor een vleugje je ne sais quoi. De aardappels zijn al geschild en voorgekookt, tja, gemak dient de mens, dus ze kunnen zo in de grote pan die al klaar staat op het fornuis.

De knolselderij is eigenlijk te mooi om bruut in stukken te snijden. De knoestige onderkant waarmee hij nog maar kort geleden vastzat in de drassige klei zit vol met grillige uitstulpingen, op de plekken waar de wortels zonder pardon zijn afgekapt. Het lijkt een maanlandschap, maar dan uit de Nederlandse bodem. Het grote mes maakt er korte metten mee. Zonder veel weerstand te bieden valt de oerknol in schijven op de snijplank.

Meteen is daar die geur. Aards en nootachtig. Maar die ervaar je alleen als hij net gesneden is, anders ruikt hij zuur en ranzig. Ontdaan van de schil, gaan de plakken in blokken van zo’n twee centimeter, bovenop de aardappelen die nog geduldig liggen te wachten. Een theelepeltje zout, een flinke bodem water en koken maar. Na 25 minuten heeft de geur van de selderij zich door het hele huis verspreid. Niet iedereen is enthousiast.

Voordat de andijvie erbij kan moet er eerst gestampt worden. Met een ouderwetse stamper, traditie is hierbij heilig. Samen met melk, boter, peper en nootmuskaat wordt het de opmaat naar een heerlijk gerecht. Wat nog mist is kleur. Frisgroene, fijngesneden andijvie gaat daarvoor zorgen. In zijn rauwe vorm welteverstaan. En dan een beetje krachtig doorroeren want je wilt niet dat die knisperende jongens slap worden. Dit alles verwarmen op een niet te grote pit, zo voorkom je dat de onderkant aankoekt in de pan.

En dan is het tijd om de laatste hand te leggen aan deze fraaie variant op een ouderwetse gestampte pot: geraspte, jonge kaas. Al spatelend trek ik lange roomkleurige draden door het groengele gerecht. Ik proef. En ja hoor, de aardse smaak van de knolselderij is nu net wat dit traditionele gerecht boven zichzelf laat uitstijgen. De pan kan op tafel.

Machtig, kruidig en lekker

Perfect gesnipperde stukjes ui en met het mes genadeloos geplette knoflookteentjes vinden elkaar in de hitte van de licht spetterende olijfolie. Voor vier hongerigen belooft het recept. De zinderende geur die opstijgt uit de zwarte braadpan lijkt een goed voorteken. Als de ui glazig is en de knoflook langzaam in het mengsel ten onder gaat, is het tijd voor de worst.

Vier gelijke exemplaren liggen te wachten op de houten snijplank. Eerst moet het vel eraan geloven. Een kordate snee van het koksmes laat de strakke kanjers splijten. De worsten, door de slager zo onberispelijk opgesloten in hun cocon, weten niet hoe snel ze hun vrijheid moet terugpakken. Maar die is van korte duur. Eenmaal in de pan ontkomen ze niet meer aan de hakkende beweging met de houten spatel. Tak, tak, tak, er blijft geen hompje worstvlees gespaard. Langzaam kleurt het vlees lichtbruin, met hier en daar een donker randje.

Dan is het de beurt aan de specerij die dit gerecht zal opstuwen naar ongekende klasse: venkelzaad. Uit het kruidenpotje ontsnapt een geur die doet denken aan anijs, maar ook aan zoethout. Eén theelepel is genoeg om de magie te laten werken. En het zou geen Italiaans gerecht zijn als het niet afgetopt werd met de beste tomaten, 400 gram gepelde Pomodoro San Marzano. En dan maar pruttelen. Op een heel laag vuurtje, zodat niet alleen in de keuken, maar ook in de rest van het huis duidelijk wordt dat er vanavond iets lekkers op tafel komt.

Na een klein halfuurtje komt alles in een stroomversnelling. De spaghetti is afgewogen en klaar om in de grote pan te gaan, die inmiddels luid bubbelend aangeeft er klaar voor te zijn. Een grote pluk verse rucola ligt op de plank. Het koksmes snijdt door de knisperende blaadjes. Een sterke nootachtige geur komt los. Vervolgens zal deze fijngesneden groente zich voegen bij de nog steeds pruttelende saus. Nog tien minuten. Dan zijn de worst, de venkel en de rucola in perfecte harmonie en eten we Pasta al sugo di salsicce, de Italiaanse armeluis-keuken op haar best.

Leerlingen basisschool De Bron in actie voor Quiet

v.l.n.r. Marco Meima, Iris van den Heuvel, Marysia Klerks en Maurits Flach

Op basisschool De Bron leren kinderen hun eigen talenten ontwikkelen, maar ook om iets te doen voor een ander. Bijvoorbeeld via de leerlingenraad. Die organiseert op school elk jaar sponsoractiviteiten waarmee geld wordt opgehaald voor een goed doel. Deze keer voor Quiet Den Bosch. Marysia, Iris en Maurits vertellen samen met directeur Marco Meima hoe dit in zijn werk gaat.

door Corine Lamers

Wat is een leerlingenraad en wat doen jullie precies?

Maurits legt uit, ‘elk jaar vormen een aantal kinderen uit groep zeven en acht de leerlingenraad. Op basis van een sollicitatiebrief worden ze hiervoor uitgekozen, zoals wij drieën. We komen als raad regelmatig bij elkaar om plannen te maken en activiteiten te bedenken.’ Marysia noemt als voorbeeld ‘we organiseren elk jaar een kerstmarkt met kraampjes waar iedereen allerlei zelfgemaakte spulletjes kan kopen en verkopen. Vorig jaar hadden we ook een loterij, waarmee we veel geld opgehaald hebben. Wel meer dan 100 euro. Dat geld is dus nu bestemd voor Quiet.’

Waarom hebben jullie gekozen voor Quiet?

De leerlingen vertellen, ‘in de leerlingenraad kiezen we zelf een goed doel. Deze keer wilden we ons inzetten voor mensen die niet veel geld hebben en af en toe iets extra’s kunnen gebruiken. Zo kwamen we uit bij Quiet en hebben we besloten deze organisatie twee jaar te gaan sponsoren.’ Marco Meima vult aan, ‘de leerlingenraad moet steeds zelf vaststellen naar welk goed doel de opbrengsten die voortvloeien uit de door hen georganiseerde activiteiten heen gaan. Zo hebben we eerder ook KIKA en Het Wereld Natuurfonds gesteund. Vanuit de school letten we er wel op dat de link met het goede doel voor de kinderen betekenisvol is.’ Om dat te bevorderen gaat een afvaardiging van de leerlingenraad de klassen langs om uitleg te geven over het gekozen goede doel. Het is belangrijk dat iedereen erachter staat, van de kleuters tot aan de leerlingen uit groep 8.

Verder lezen →

Rozemarijn

Over een half uur komen de gasten. Mijn keukenbrigade is nog snel een hapje eten. Een grote pan soep staat te pruttelen op het fornuis, hij is bijna klaar. Ik pak een theedoek en til hiermee de deksel van de pan en laat als finishing touch de takjes rozemarijn in de soep glijden. Heerlijk, de geur is opwekkend en verwarmend tegelijk. Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar die bewuste vrijdagmiddag, nu alweer zo’n veertien jaar geleden.

Mijn collega’s roken meteen dat er in de keuken een andere geur hing en werden onrustig. Maar ik hield mijn mond. Daar kwam de grote chef binnen. Hij maakte zijn gebruikelijke ronde, om te controleren of alles perfect op smaak was. De Cote de Boeuf bracht een glimlach om zijn lippen. De Coquille met gestoofde prei kon er zo te zien maar net mee door. En toen was de soep aan de beurt. Verwachtingsvol keek ik naar Monsieur Alexandre.

Hij keek in de pan. Zijn linker wenkbrauw ging omhoog. Hij pakte een houten lepel en roerde bedachtzaam door de soep. Hij snoof nadrukkelijk. Ik zag de aderen in zijn nek opzwellen. Hij boog zich dichter naar de pan. Zijn priemende ogen leken iets te zien dat hem niet beviel. En met een ferme schep haalde hij de tak rozemarijn met zijn lepel uit de soep en smeet die op de werkbank. ‘Merde, wie is hiervoor verantwoordelijk’ brulde hij. Zijn woeste blik gleed over de aanwezigen. Bruusk pakte hij de pan en zonder te proeven keerde hij hem om in gootsteen.

Als mijn medewerkers weer de keuken inkomen, schud ik die herinneringen van me af. Het is tijd is om de gasten te verwelkomen. Ik ben trots op mijn goedlopende bistro. En mijn idee voor de soep? De goedgevulde Soep van Alexandre is al jaren het meest bestelde gerecht op onze kaart. Natuurlijk met een vleugje rozemarijn.

Quiet Festival 2023, een belevenis voor groot en klein

Op 20 oktober jl. pakte Quiet Den Bosch groot uit voor haar members. In de Maaspoorthal werd voor het eerst een festival georganiseerd met live muziek, vermaak en een royale keuze aan lekker eten en drinken. Dankzij de enthousiaste inzet van een groot aantal sponsors was het evenement gratis toegankelijk en door de talloze vrijwilligers kon iedereen volop genieten van een feestelijk samenzijn van de Quiet Community. Een impressie.

door Corine Lamers

Al bij de ingang was het moeilijk kiezen. Gaan we met de kleintjes naar de poppenkastvoorstelling, halen we een glittertattoo of nemen we eerst een stukje van die overheerlijk ruikende pizza? Het was duidelijk, hier was veel te beleven.

In de grote hal stonden de mannen van motorclub Corridor Chapter met drie van hun imposante Harley Davidsons. Perfect opgewreven stonden de motoren in de spotlights te glimmen. Speciaal voor deze gelegenheid mocht iedereen die dat wilde op één van de exemplaren plaatsnemen, voor een fotomoment. Al snel stond er een rij. Voor je kon gaan zitten werd er nog even een poetsdoekje over de motor gehaald. Daarna kon je als leuke herinnering voor thuis, je foto ophalen in de photobooth.

Vermaak voor iedereen

In de hal stonden ook een groot aantal spelletjes. Van gamesconsoles, tot een echte racesimulator waarin iedereen zich even Max Verstappen kon voelen. Maar je kon ook bij het vloerganzenbord jezelf als een pion richting put schuiven, of je vaardigheden testen bij het blikken gooien of pijltjes schieten. Dat bleek soms moeilijker dan vooraf gedacht.

Het grootste kabaal kwam uit de kleine zaal. Maar het waren kreten van blijheid en enthousiasme. In die zaal waren een aantal grote springkussens opgesteld waar jongens en meisjes op los konden gaan. Er stond een heus kasteel en een spannend piratenfort, waarop naar hartenlust gesprongen en gevallen kon worden. En als je het durfde kon je ook nog van de opblaasglijbaan. Sommige kinderen gingen op hun kop naar beneden om vervolgens weer snel naar boven te klimmen. En nog een keer. Wat een feest.

Verder lezen →